BORAGINACEAE Ruwbladigefamilie
Kruiden die veelal ruw zijn behaard. BLOEMKROON: vergroeibladig, 5-lobbig of 5-spletig; meeldraden 5; bloeiwijze een (in de beginfase van de bloei) opgerolde schicht, die soms bijscherm- of trosachtig (Echium) zijn gegroepeerd. VRUCHT: 4-delige splitvrucht. NECTAR: honingdiscus.
Pulmonaria officinalis Gevlekt longkruid
Vaste plant: bloeit maart-mei, blauw, wortelbladen bleekgroen gevlekt vaak doorgekweekt (cultivars). 0,15-0,25 hoog. MILIEU: vochtige, schrale tot matig voedselrijke en veelal kalk-, en humushoudende bodems; in loofbossen, onder heggen en in stinzentuinen; soms verwilderd; licht beschaduwd. VERSPR.nl: van nature zeldzaam in Zuid-Limburg verder als stinzenplant; in tuinen en geregeld verwilderd zowel uit zaad als uit tuinafval. FAUNA: wordt vaak bezocht door hommels en sachembijen en roze meteselbij. TOEPAS: tuin en als onderbegroeiing onder goed lichtdoorlatende beplantingen. Dracht: levert nectar en stuifmeel. weinig hoingbijen op longkruid waargenomen. Code 1
Pulmonaria angustifolia Smal longkruid
Vaste plant: bloeit maart-mei, blauw, wortelbladen langwerpig en niet gevlekt. 0,15-0,25 hhog. MILIEU: vochtige, leemhoudende bodems; in bosachtige milieus en langs struwelen; licht beschaduwd. VERSPR: Westelijk Europa; in Nederland het wild uitgestorven. FAUNA: wordt vaak bezocht door hommels en sachembijen en roze meteselbij. TOEPAS: tuin. Dracht: levert nectar en stuifmeel. weinig hoingbijen op longkruid waargenomen. Code 1
|