Tweehuizige bomen en struiken met ongedeelde bladen. Hier wordt alleen ingegaan op het geslacht Salix (Wilg). BLOEM: samengesteld uit honingklieren en meeldraden of stampers. De bloeiwijze bestaat uit rechtopstaande of opgaande, gele mannelijke en de groenachtige vrouwelijke katjes. De vruchtbeginsels groeien uit tot een doosvrucht; zaden met zaadpluis. Populier wordt hier niet als drachtplant genoemd, maar op verschillende soorten populieren waar onder de zwarte populier (Populus nigra) en Canadese populier (P. canadensis) verzamelen honingbijen propolus. De bloemen van wilgen zijn van zeer groot belang voor insecten in het bijzonder voor bijen en hommels. In de praktijk kunnen wilgen in het hele winter seizoen en in het voorjaar worden gesnoeid. Voor de bijen ligt het snoeien na de bloei het meest voor de hand. Als er moet worden gesnoeid (lees geknot) moet dat gefaseerd gebeuren op plekken waar wilgen talrijk voorkomen. Dus het beheer over twee of drie jaar spreiden. # = bijensoort is afhankelijk van wilg; maar zijn niet aan een soort wilg gebonden.
Salix alba Schietwilg
Boom: bloeit in april -mei; de , bladen zijn langwerpig en aan de onderkant dicht zijdenachtige behaard. Tot 20,0 hoog. MILIEU: groeit op natte tot min of meer droge voedselrijke bodems; langs locale wegen, sloten en andere watergangen, moerasbossen en vaak op ruderale en braakliggende terreinen; zon. VERSPR. in Nederlandl: algemeen en veel aangeplant. FAUNA: in de directe opgeving van open zandgrond een belangrijke plant voor solitaire wilde bijen. Verder ook voor hommels en honingbijen. TOEPAS: wordt ook in grote tuinen aangeplant. BEHEER: schietwilg wordt vaak geknot; vroeger voor het geriefhout; tegenwoordig vooral uit landschappelijke en ecologische overwegingen; verder om watermerkziekte te voorkomen (een ziekte die bij uitgegroeide bomen voorkomt en waardoor de boom geleidelijk aan afsterft)
Wilde bijen: in hoofdzaak zandbijen (Andrena), onder meer A. praecox# en A. ruficrus#, A. cineraria, zwartbronzen zandbij (A. nigroaenea)A. tibialis, roodgatje (A. haemorrhoa). Dracht: nectarplant, stuifmeel geel; indicatie bezoek honingbijen code 5.
Salix aurita Geoorde wilg
Heester: bloei in april-mei op tweejarig hout; blad dofgroen en gerimpeld met grote steunblaadjes; tot 2,5 hoog. MILIEU: natte, zure, voedselarme tot matig voedselrijke zandige en lemige bodems; in struwelen, in natuurgebieden, in greppels langs wegen en in spoorweggreppels; zonnig. VERSPR. in Nederland: vrij algemeen. FAUNA: een zeer belangrijke plant voor solitaire wilde bijen, hommels en honingbijen.; wordt ook door vlinders bezocht. TOEPAS: kan ook in tuinen worden aangeplant.
Wilde bijen: zandbijen o.m. zwartrosse-zandbij (Andrena clarkella #), A. praecox, A. tibialis, grijze zandbij (A. vaga #), A. Ventralis; grote zijdebij ! (Colletes cunicularus #); Dracht: nectarplant, stuifmeel geel; indicatie bezoek honingbijen code 5.
Salix caprea Boswilg fotoXXX
Boom: bloeit in maart-apri op tweejarige hout; blad tamelijke breed en met een iets gedraaide of scheve top; tot 8.0 hoog. MILIEU: matig voedselrijke vochtige tot vochthoudende bodems; in bossen en bosranden, langs wegen, langs spoorwegen; veel op ruderale en braakliggende terreinen; zon-tijdelijk beschaduwd. VERSPR.nl: vrij algemeen. FAUNA: een zeer belangrijke plant voor solitaire wilde bijen, hommels en honingbijen.; wordt ook door vlinders bezocht.
Wilde bijen: zandbijen o.m. zwart roze zandbij (Andrena clarkella #), A. bicolor, A. cineraria, A. flavipes, vosje (A. fulva), roodgatje (A. haemorrhoa), A. mitis #, A. Aplicata #, vroege zandbij (A. praecox #), roodscheenzandbij (A. ruficrus #), A. tibialis, grijze zandbij (A. vaga #), roodbuikje (A. Ventralis #); zwartbronzen zandbij (A. nigroaenea) grote zijdebij (Colletes cunicularus #), gehoornde mestelbij (Osmia cornuta). Dracht: nectarplant, stuifmeel geel; indicatie bezoek honingbijen code 5.
Salix cinerea Grauwe wilg
Heester: bloeit in maart-april op tweejarig hout; twijgen grijsbehaard, blad dofgroen en langwerpig en onderkant blauw grijs. tot 8,0 hoog. MILIEU: natte tot vochtige matig voedselrijke tot vrij schrale, zwak zure bodems; meestal op de lichter gronden; in moerasbossen; spoorsloten en -greppels en langs allerlei oevers. VERSPR.in Nederland: algemeen. FAUNA: een zeer belangrijke plant voor solitaire wilde bijen, hommels en honingbijen.; wordt ook door vlinders bezocht. TOEPAS: kan ook in grote tuinen worden aan geplant.
Wilde bijen: zandbijen o.m. zwart roze zandbij (Andrena clarkella #), A. bicolor, A. cineraria, roodgatje (A. haemorrhoa), A. Aplicata #, vroege zandbij (A. praecox #), roodscheenzandbij (A. ruficrus #), A. tibialis, grijze zandbij (A. vaga #), roodbuikje (A. Ventralis #); zwartbronzen zandbij (A. nigroaenea) grote zijdebij (Colletes cunicularus #). Dracht: nectarplant, stuifmeel geel; indicatie bezoek honingbijen code 5
Salix repens Kruipwilg
Heester: bloeit in april-mei op tweejarig hout; bladen klein min of meer grijswit/zilverachtig behaard. Phan, tot 1,0xb. MILIEU: natte tot vrij droge zandgrond; in duinen, moerassen; in spoorgreppels en wegbermen; zon-tb. VERSPR.nl: vrij algemeen, maar het meest in de duinen. FAUNA: een zeer belangrijke plant voor solitaire wilde bijen, hommels en honingbijen; wordt ook door vlinders bezocht. TOEPAS: kan ook in grote tuinen en openbaar groen worden aan geplant, maar krijgt dan meesal een totaal andere groeiwijze dan in het natuurlijke milieu.
Wilde bijen: zandbijen o.m. zwartrosse-zandbij (Andrena clarkella #), grijze zandbij (A. vaga #), grote zijdebij (Colletes cunicularus #). Dracht: nectarplant, stuifmeel geel; indicatie bezoek honingbijen code 5
Salix viminalis Katwilg
Heester: bloei in maart-april op tweejarig hout; bladen zeer smal, onderkant grijsviltig en bladrand vaak naar binnen gerold; tot 4,0 hoog. MILIEU: natte tot vochtige voedselrijke bodems; in grienden en rivieroevers; zon-tijdelijk beschaduwd. VERSPR. in Nederland: vrij algemeen; ook aangeplant. FAUNA: Belangrijke bijenplant.TOEPAS: kan ook in grote tuinen en openbaar groen worden aan geplant.
Wilde bijen -- zandbijen o.m. zwart roze zandbij (Andrena clarkella #), roodgatje (A. haemorrhoa), A. tibialis, grijze zandbij (A. vaga #), grote zijdebij (Colletes cunicularus #). Dracht: nectarplant, stuifmeel geel; indicatie bezoek honingbijen code 5
Salix x sepulcralis - Treurwilg: (hybride van S. babylonica en S. alba)
Boom: Bloei in Arpil op tweejarig hout; takken geel- groen, lang en slap naar beneden hangend; 15-20 hoog. Vochtige tot natte, voedselrijke bodem. FAUNA: hommels, honingbijen. TOEPAS: wordt veel langs het water aangeplant, maar worden aangeplant in brede straten met aan een kant huizen; alleen in grote tuinen toepasbaar. Zon. Dracht: nectarplant, stuifmeel geel; indicatie bezoek honingbijen code 3-5. Vooral bij meer wind een lastige plant voor bijen.
|